"23 Dingen" is een bewerking van het Learning 2.0-programma, ontwikkeld door Helene Blowers van de Public Library of Charlotte Mecklenburg County, USA. De opzet en de inhoud zijn met toestemming overgenomen. De bewerking van dit programma naar het Nederlands, is toegestaan aan Coers Internet Trainingen en met toestemming zijn hierop politieversies ontwikkeld.
Interesse in de 23 OpsporingsDingen-cursus? Dan ben je hier op de juiste plek! Deze site is namelijk de cursus en is al door zo’n 50 rechercheurs van Politie Utrecht gevolgd. In september volgt een tweede groep, dit keer leidinggevenden vanuit de opsporing. Kijk gerust eens rond bij alle Dingen om een indruk te krijgen van de inhoud ervan. In 23 oefeningen maak je hier kennis met de huidige digitale wereld, het sociale web, denk je na over wat je er persoonlijk mee kan doen en hoe je het kan toepassen in de politieorganisatie waar je werkt.
“23 Dingen” is anders dan andere cursussen of e-learning programma’s. Je leert hier over het sociale web vooral door zélf dingen te ontdekken. “Leren door te doen” is het credo. De rol van docent is hier veranderd. Geen allesweter die vertelt hoe het moet, maar een begeleider die assisteert bij onduidelijkheden en die tevens leert mét de mensen die dit programma volgen.
De cursus in het kort
Duur: 9 weken, gemiddeld twee tot drie uur per week
Kosten: incentive per cursist, budget zelf te bepalen
Planning: twee Dingen per week
Organisatie: cursisten in groepjes van 5 tot 7 met een begeleider
Het oorspronkelijke idee voor dit “23 Dingen” programma, is afkomstig van Helene Blowers. In 2006 ontwikkelde zij dit programma voor de bibliotheek van Mecklenburg County, USA. En met veel succes! Honderden bibliotheekmedewerkers volgden de lessen met veel plezier.
De oorspronkelijke “23 Things” werd gepubliceerd onder zogenaamd Creative Commons licentie, hetgeen wil zeggen dat iedereen vrij is om het materiaal te gebruiken en te kopiëren, mits met naamsvermelding. Ook anderen kunnen deze versie van “23 Dingen” onder dezelfde condities gebruiken.
Medio 2007 is door Rob Coers van Coers Internet Trainingen “23 Things” vertaald en bewerkt naar het Nederlands, in opdracht van de Vereniging van Openbare Bibliotheken, met toestemming van Helene Blowers. Op de homepage van zijn site 23dingen.nl staat een dankwoord hiervoor. Eind 2008 is deze cursus door Natalie Hensen deels herschreven naar de politiewereld, met dank aan de basisteksten van Rob Coers. Begin 2010 kwam deze versie tot stand, de 23 OpsporingsDingen!
Y E S S S S ! Je bent aan het einde van de eerste 18 reguliere Dingen! Het zwaarste deel zit erop. Je kan jezelf een schouderklop geven voor het feit dat je dit alles voor elkaar hebt gekregen. Gefeliciteerd!
Voor dit laatste reguliere Ding vraag ik je om terug te kijken op deze ontdekkingsreis. Om er wat lijn in aan te brengen zou je langs deze punten kunnen schrijven. Schrijf je antwoorden op het forum.
Wat waren je favoriete Dingen die je onderweg hebt leren kennen en gebruiken?
Wat heeft dit leerprogramma ‘gedaan’ met jou en met de organisatie waar je werkt?
Waren er dingen die je verrasten, als onverwacht resultaat van dit programma?
Wat kan er gedaan worden om 23 Dingen te verbeteren?
En vul aan: ’23 Dingen is voor mij…’
Het waren intensieve maanden waarin je het soms niet meer zag zitten maar het waren ook tijden waarin er in je organisatie dag in dag uit over web 2.0 werd gepraat. In elk geval heeft het je ervaring met en je kennis over het nieuwe web flink verrijkt. En je hebt iets gedaan, waar je misschien lang geleden al mee stopte: spelen en spelend leren.
Ik wens je veel succes toe in het doorgaan met spelen en ontdekken.
De laatste 5 dingen
Ding 19 t/m 23 zijn opsporingscases, zoektochten op internet. Deze staan niet hier op de site en je moet mij even een mail sturen als je er aan toe bent; dan weet ik dat je er klaar voor bent en kun je de cases van mij ontvangen. Stuur mij via mail ook de antwoorden terug, ergens in de komende weken. Mailen naar: 23dingenpu@gmail.com.
Let op: je mag pas aan de opsporingscases werken als je de eerste 18 Dingen goed hebt afgerond!
Politie 2.0 (in de Engelstalige literatuur Police 2.0) is een betrekkelijk nieuwe term (zoek er maar eens op in Google, in het Nederlands of in het Engels) die gebruikt wordt voor een verzameling gedachten om op een andere manier gebruik te maken van het web.
Participatie
De naam Politie 2.0 is een afgeleide van web 2.0. Ook andere branches krijgen weleens het label 2.0 opgeplakt wanneer er klantgerichter en interactiever gewerkt wordt: Reizen 2.0, Boodschappendoen 2.0, Koken 2.0 en ga zo maar door. De kern is, dat “2.0″ alle ruimte biedt aan gebruikers om mee te werken aan de ontwikkeling van bestaande en/of nieuwe diensten, zowel online als in de echte wereld. Communiceren is niet meer alleen maar zenden. Het is vragen, luisteren, ontdekken en antwoorden.
De moderne politieorganisatie maakt gebruik van web 2.0-tools waar inwoners zelf al mee vertrouwd zijn. Velen redeneren dat Politie 2.0 meer is dan alleen een term om nieuwe web 2.0-technologieën in een politiesetting te plaatsen. Het is een term die ook gebruikt kan worden om politiemensen bewust te maken van de (digitale) veranderingen om ons heen. Politie 2.0 bestaat niet alleen uit politiemensen, ook geïnteresseerden buiten de politieorganisatie melden zich aan en denken mee.
Kortom, de politieorganisatie gaat onder invloed van web 2.0 veranderen. En dat geldt ook voor het werken bij de politieorganisatie. Hoe denk jij dat de organisatie eruit zou kunnen zien onder invloed van web 2.0? Hoe zou het zijn om alle geleerde toepassingen uit deze cursus vanuit één bron toegankelijk te hebben en te gebruiken, intern en/of extern?
Andere organisaties
De laatste jaren zijn er tal van organisaties geweest die web 2.0 in de praktijk hebben toegepast. Ze proberen op een innovatieve manier mensen te betrekken bij hun product/ dienst. Een paar voorbeelden:
Lees de achtergrondinformatie en bekijk de voorbeelden. Bekijk met name discussies op het politie20-platform.
Zoek ook eens een interessant initiatief van een organisatie die web 2.0 op een toepasselijke wijze inzet en schrijf erover in je blog.
Schrijf op je cursusweblog over hoe jij tegen politie 2.0 aankijkt.
Schrijf tenslotte op je cursusweblog hoe web 2.0-tools de politie kunnen helpen criminaliteit tegen te gaan; hoe kun je zorgen dat bepaalde misdrijven níet gebeuren?
Politie 2.0 kan nog alle kanten uitgaan. Een ding is zeker, de technische middelen zijn er te over om er met z’n allen, iedereen in het werkveld, openlijk over te praten en ideeën uit te wisselen.
In alle onderzoeken over internet, de trendvoorspellingen voor de (nabije) toekomst zie je een aantal ontwikkelingen terugkomen. Mobiel en Overal spelen hierbij een centrale rol. Technisch geavanceerde, krachtige en slimme mobiele telefoons, voorzien van mobiel internet, Global Positioning System (GPS) en multimediavoorzieningen, zijn bezig aan een opmars: de smartphones. Inmiddels heeft de helft van alle Nederlanders beschikking over mobiel internet, via telefoon of ander apparaat. De groei is dus enorm, ook in de rest van de wereld.
Smartphone?
Wat zijn de kenmerken van zulke telefoons? Ze hebben grote beeldschermen met veel kleuren, zijn (vaak) voorzien van een aanraakscherm (touchscreen). Een camera is aanwezig om foto´s en video-opnamen te maken. Op het toestel is relatief snel mobiel internet beschikbaar en applicaties – ook vaak apps genoemd – zijn aangepast op mobiel gebruik. De bekendste voorbeelden hiervan zijn momenteel de iPhone van Apple, de HTC-toestellen met Android (ha! Android is ontwikkeld door… Google!) en Samsung en de Nokia N-series.
Telefoon als verlengstuk
Meer en meer wordt de telefoon een verlengstuk van je sociale netwerk(en). Let maar eens op de reclames over mobiele telefoons. Die gaan al lang niet meer over het bellen en sms-en maar over je sociale netwerk binnen handbereik. Voor € 10,- ben je al snel altijd en overal online.
De telefoon is niet meer alleen een toestel om mee te bellen maar bovenal om verbonden te zijn met de wereld om je heen. Dat brengt mij naar een laatste kenmerk: locatie. Bijna alle telefoons zijn uitgerust met GPS. Dat lijkt een simpele constatering maar biedt uiteindelijk een schat aan mogelijkheden om geografisch gebaseerde informatie en diensten aan te bieden, mobiel en real time (dus aangepast en toegespitst op tijdstip en plek).
‘Toegevoegde realiteit’
Een aparte vermelding is er voor de recente opkomst van Augmented Reality (letterlijk: toegevoegde realiteit) en de rol van de (Nederlandse) browser Layar hierin. Deze applicatie was een van de eerste breed toegankelijke toepassingen van augmented reality voor de telefoon. Door GPS en internet op de telefoon aan een kompas en een camera te verbinden en ze met elkaar te laten communiceren… vertelt het kompas waar je heenkijkt, de GPS waar je bent, de camera levert het beeld voor de interface en internet verbindt het geheel aan elkaar. Zo krijg je een filter over het camerabeeld met daarop informatie van bijvoorbeeld Funda (een website met te huren/kopen woonruimte). Het aantal locaties en informatielagen groeit hard maar is nog betrekkelijk klein waardoor je niet overal de augmented reality kan oproepen. Vooral commerciële partijen zijn dit momenteel aan het verkennen.
Politie Noord-Holland Noord heeft al met dit fenomeen geëxperimenteerd; zij hebben een applicatie laten bouwen waardoor inwoners in de regio kunnen zien waar het dichtstbijzijnde politiebureau is. Handig als je daar niet bekend ben, maar wel dringend op het bureau moet zijn!
QR-codes verbinden offline met online
Misschien heb je ze wel eens gezien; vierkantjes met daarin een zwart-wit geblokt patroon (in alle soorten en maten). Dit zijn zogenaamde QR-codes. Ook Quick Responsecodes, afgekort QR-codes, bestaan al een aantal jaar (sinds 1994!). Maar sinds de smartphones meer ingeburgerd raken, worden de QR-codes meer gebruikt. Op postpakketten, Abri-reclames en nu dus ook door de politie.
Politie Friesland maakte er al langer gebruik van, en ongetwijfeld ook al een aantal andere korpsen. Je kunt het inzetten als brug tussen offline en online opsporingsberichtgeving door o.a. stoepborden en flyers van een QR-code te voorzien en direct getuigen te bereiken na een misdrijf. Deze QR0code verwijst dan naar meer informatie op internet.
Hoe werkt het? Eigenlijk is het heel simpel. Via veel websites vind je gratis generators waarmee je gratis en eenvoudig een QR-code kan aanmaken. Een url wordt eenvoudig omgezet in een twee-dimensionale streepjescode, zoals op de foto hieronder. Deze code plaats je op je flyer, stoepbord of waar je ook vanuit offline wilt verwijzen naar online. Iemand met een smartphone met daarop een ‘tag-reader’ (een applicatie om streepjescodes en QR-codes te kunnen lezen) laat zijn telefoon de code lezen. Door de code wordt de browser in de smartphone geopend met de pagina waarnaar de QR-code verwijst, bijvoorbeeld www.politie.nl. En zo worden offline middelen verbonden met online informatie.
Heb je een smartphone inclusief een mobiel internetabonnement? Ga dan naar de app-store van je telefoon en probeer één of meerdere apps te downloaden.
Download de augmented reality-browser Layar en kijk door de bril van de augmented reality naar de wereld.
Ben je zelf niet in het bezit van zo’n telefoon met bijbehorend mobiel internet vraag dan eens aan een collega, vriend of familielid die dat wel is of die je eens kort een paar van zulke apps kan laten zien en over welke hij of zij enthousiast is en waarom.
Maak een QR-code aan voor je weblog (bijv. hier) print het uit, hang het op je werkplek. Hoe reageren je mede-cursisten?
Bedenk eens een goede app voor ons als politie; zou je bijvoorbeeld iets zien in een app die burgers in een straal van een paar honderd meter rondom een net gepleegde woninginbraak op de hoogte stelt van het signalement van de dader? Een soort geavanceerd Burgernet? Of heb je andere ideeën?
Wat betekent de opkomst van mobiel internet voor ons werk? Biedt het kansen? Bedreigingen?
In de loop van deze cursus bekijken we slechts een handvol websites, die gebruikers in staat stellen om zelf informatie te maken en met elkaar te delen. Maar er zijn wel honderden sociale toepassingen en er komen dagelijks nieuwe bij, die voortborduren op bestaande ideeën, of soms echt met iets vernieuwends komen. Het moet nog blijken welke online diensten blijvend zijn en welke in de loop van de tijd verdwijnen. Een ding is zeker: online samenwerken, sociale netwerken en het delen van informatie hebben het web voorgoed veranderd. De gebruiker krijgt het op het ‘nieuwe internet’ steeds meer voor het zeggen.
Hieronder staan enkele typische kenmerken van een web 2.0-site. Als je er meer weet, voeg ze dan toe in een commentaar.
Naamgeving; vreemde, niet bestaande woorden
Logo met spiegelende ondergrond
Kleurrijke logo’s
Een account is vaak nodig om mee te kunnen doen
Gebruikers kunnen elkaar virtueel ontmoeten in fora, chat, comments
Delen van beeld en geluid door middel van “embedding“
Ontdekoefening
In deze oefening zoek je een web 2.0-dienst die jou aanspreekt. Het mag gaan om een persoonlijke voorkeur of een dienst die nuttig kan zijn voor je werk. Hieronder geven we je enkele suggesties.
Het is verstandig om eerst een onderwerp te kiezen (boeken, muziek, foto’s… ) en dan de sites te bekijken. Let er nog even op dat de web 2.0-dienst van je keuze gratis moet zijn en dat je er niets voor hoeft te downloaden en te installeren.
Indien het je gelukt is in de 23dingenpu-wiki te komen, staat ook direct de instelling aan dat je bij elke wijziging van de wiki een e-mailtje krijgt. Ik kan me voorstellen dat je daar niet op zit te wachten! Hieronder een instructie van hoe je dit uit kunt zetten:
Log in op de wiki en klik rechtsboven op ‘Account’
Klik op het tabblad ‘Home’
Kies bij ‘Preferences’/'Notify me when my wikis change’ voor de frequentie waarop je e-mails wilt ontvangen
Een wiki is een website waarop gebruikers samen kunnen werken aan een document of een website. Zij kunnen eenvoudig content toevoegen, bewerken en verwijderen. Wikipedia, de online open-community encyclopedie, is de grootste en bekendste wiki van het web. Dankzij de beschikbaarheid van vrij verkrijgbare wiki-software is de populariteit van deze tool voor andere toepassingen sterk gestegen.
Wat maakt het gebruik van een wiki zo aantrekkelijk?
Iedereen (geregistreerd of ongeregistreerd – dat laatste indien dat gewenst is) kan content toevoegen, wijzigen of verwijderen.
De wiki-software houdt automatisch het versiebeheer bij en je ziet in één oogopslag wat er veranderd is en door wie.
Oude versies van een pagina of document, kunnen altijd worden opgehaald en hersteld.
Gebruikers hoeven geen kennis te hebben van HTML om content toe te voegen.
Een eenvoudige tekstverwerker zorgt voor de juiste opmaak en structuur.
Bijna alle grote bedrijven werken met een wiki op hun intranet, om kennisuitwisseling tussen medewerkers te bevorderen. Politie Utrecht heeft ook een interne wiki genaamd BlueWiki die vooralsnog kleinschalig ingezet wordt door met name informatieanalisten.
‘Sandbox’ (of ‘zandbak’ in gewoon Nederlands) is de term die op wiki’s vaak wordt gebruikt, voor de ruimte die speciaal bedoeld is om gebruikers te laten spelen. Experimenteren, leren, proberen, alles kan. Voor dit onderdeel is een speciale 23 OpsporingsDingen-wiki ingericht, zodat je er ook eens vanuit ‘de achterkant’ mee kunt kennismaken.
Het thema van deze wiki is: FAVORIETEN. Favoriete boeken, favoriete films, favoriete vakantiebestemmingen, favoriete weblogs, favoriete sportclubs, favoriete…etc.!
De 23 OpsporingsDingen-wiki is ondergebracht bij PBworks. Iedereen kan binnen enkele minuten een werkende wiki maken, die bovendien eenvoudig in het gebruik is. Mocht je toch nog moeilijkheden tegenkomen, dan heeft PBworks een aantal hulpbronnen beschikbaar:
Voeg een of twee stukjes tekst toe aan de 23 OpsporingsDingen-wiki.
Klik daarvoor rechts in het scherm op ‘Request Access’. Ik zal je dit zo snel mogelijk geven. Dan pas kun je de opdracht uitvoeren. Voeg je favoriete dingen toe in je eigen woorden. Alhoewel de wiki-software bijhoudt wie wat schrijft, is het handig als je je stukje ‘ondertekent’ met je cursusidentiteit.
Schrijf op je cursusweblog over je bevindingen. Wat vond je interessant? Welke toepassingen zouden goed zijn om in een wiki te doen en welke niet? Wat kun jij hier als politiemedewerker mee? Weet je überhaupt wat we er nu mee doen en wat vind je daarvan?
De videohostingsites zijn in de afgelopen twee jaar als paddestoelen uit de grond geschoten, met YouTube als absolute uitschieter wat populariteit betreft. Deze websites stellen gebruikers in staat om op eenvoudige wijze hun digitaal gemaakte films (met telefoon, fotocamera of digitale camera gemaakt) te uploaden en te vertonen aan het grote publiek (of aan mensen die jij daarvoor aanwijst).
Snuffel maar eens rond op YouTube en ontdek wat deze site te bieden heeft voor particulieren en natuurlijk voor de politie. Wat is er te vinden over je favoriete artiest, cabaretier of televisieprogramma. Hoe werken de tags en wat vind je in de verschillende rubrieken? Kijk ook eens op het YouTube-kanaal van Politie Utrecht. Wat vind je op YouTube verder over de politie? Vind je filmpjes van strafbare feiten?
Natuurlijk, je komt erg veel onzinnigheid tegen die de moeite van het kijken niet waard is. Maar je zal er wel degelijk pareltjes tegenkomen, waarvan je het bestaan niet eens vermoedde. Naast YouTube zijn er ook nog andere aanbieders van online video, zoals: Vimeo, Dik.nl en Yahoo Video. Een bijzondere is ook Dumpert, een zustersite van GeenStijl, waarop ook interessant videomateriaal te vinden is. Neem eens een kijkje!
Wist je dat je filmpjes op bijvoorbeeld YouTube ook kunt downloaden naar je computer? Daar zijn verschillende tools voor waar we in dit Ding verder niet bij stil zullen staan; maar weet dat ze er zijn.
Achtergrondinformatie
Wikipedia heeft uiteraard een artikel over YouTube.
Surf door YouTube, bekijk tags, rubrieken, de zoekmogelijkheden etc. en schrijf erover op je cursusweblog. Wat heb je er als rechercheur aan?
Heb je een Twitter-account aangemaakt of had je deze al, tweet dan eens een paar filmpjes die jij interessant vindt voor anderen om te zien.
Bonus! Beschik je over een telefoon of fotocamera die filmpjes kan maken of een digitale videocamera… maak je eigen filmpje en uploadt het naar YouTube. N.B. wellicht ten overvloede, maar toch: vraag vooraf toestemming voor publicatie aan de mensen die je filmt!
Websites die de mogelijkheid bieden om foto’s op te slaan, bestaan al sinds de jaren ‘90. Een website die het begrip “sharing” (delen) een flinke boost heeft gegeven en uitgroeide tot een levendige community, is Flickr. Om foto’s te beschrijven en terug te vinden, maakt Flickr gebruik van tags, of trefwoorden.
Het meeste profijt heb je van Flickr als je een gratis account maakt. Gebruik daarvoor dezelfde accountnaam als die je voor het forum gebruikt. Je kunt wederom je Google Account gebruiken. Op Flickr kun je experimenteren met sets, groepen en vrienden toevoegen en ook zelf foto’s uploaden die je hebt gemaakt met je digitale fotocamera of smartphone.
Mashups
Zoals veel sociale sites moedigt Flickr mensen aan om hun eigen toepassingen te bouwen rondom de foto’s op de site. Via API’s (Application Programming Interface – uitleg bij Wikipedia) hebben enthousiastelingen eigen toepassingen en mashups vervaardigd met Flickr-inhoud. Een mashup is een toepassing, waarbij gegevens van de ene site gebruikt worden in een andere. Bijvoorbeeld foto’s combineren met een kaart: Mappr.
Een van de grappigste toepassingen van BigHugeLabs is de Trading Card Maker. Gebruik een foto uit je Flickr-verzameling of op je computer en maak er een soort visitekaartje van. Dit is een goed voorbeeld van een image generator… dat klinkt heel ingewikkeld, maar is het niet. Met een image generator kun je op een zeer eenvoudige manier foto’s manipuleren en bewerken om ze bijvoorbeeld op je weblog te plaatsen. Zoals in het voorbeeld van dit ‘For dummies’-boek. Je hebt geen duur fotobewerkingsprogramma meer nodig om toch mooie creaties te maken.
Plaatsen van foto’s
Als duidelijk herkenbare personen op de foto hebt staan, vraag dan altijd eerst om toestemming aan diegene, voordat je de foto op een openbare site als Flickr publiceert.
Upload ook alleen foto’s die je zelf hebt gemaakt (tenzij je het in opdracht van de fotograaf doet) en vermeld altijd de bron als je de foto van een ander gebruikt in een blogbericht.
Bewerken van foto’s
Wil je een afbeelding maken van een onderdeel op je beeldscherm? Alles wat je op je monitor ziet kun je met de muis markeren en als afbeelding opslaan. Klik hier om Snippy direct te downloaden. Dit werkt overigens niet in Windows Vista.
Picnik, een eenvoudige manier om afbeeldingen bij te snijden of te verkleinen. Een account maken kan gratis.
Tenslotte een fotobewerker in het Nederlands: Fotoaanpassen.nl. Niks aanmelden, niks inloggen. Gewoon bewerken en als je klaar bent rechtsklikken op de foto om ‘m op te slaan op je harde schijf.
Lees de achtergrondinformatie en neem een kijkje op Flickr. Zoek bijvoorbeeld eens op ‘politie’ en zie wat je dan tegenkomt. Tot nu toe lijken er geen politiekorpsen te zijn die actief gebruikmaken van Flickr. Zie jij mogelijkheden?
Flickr kent echt miljoenen foto’s. Zoek eens op Flickr een foto van:
het uniform van een Portugese politieagent
een politieauto van de Zweedse politie
het logo van de politie in Boston
Zoek eens een leuke, grappige, creatieve foto op Flickr en schrijf een blog over deze foto. Waarom heb je deze foto gekozen? De foto plaats je uiteraard in je blog. Blogger heeft ook een korte uitleg over het plaatsen van afbeeldingen.
Let op! Net als teksten zijn ook foto’s op internet niet rechtenvrij. Zoek daarom naar foto’s die de Creative Commons-licentie hebben en zorg voor een goede bronvermelding op je blog.
Het begrip Creative Commons wordt in twee mooie creatieve video’s uitgelegd: het begrip en toepassing uitgelegd. Hoe zit het met het gebruik van foto’s/teksten van anderen en de auteursrechten die erop zitten?
4. Als je wilt… open een Flickr-account en maak met je digitale camera (of telefoon met camerafunctie) een aantal foto’s. Upload de foto’s naar Flickr en voeg er tags aan toe. Een van die tags is ’23politiedingen’. Als je deze tag aan al je foto’s toevoegt, zijn ook foto’s van anderen eenvoudig vindbaar.
5. Je hebt vast ook bij anderen gezien dat je ‘sets’ kunt maken en zo foto’s kunt groeperen. Maak een set waarin je je foto’s plaatst.
6. Schrijf op je cursusweblog wat je ervaringen zijn en wat je denkt dat de site jou kan opleveren.
Tijd voor een eerste denkmoment. Hoewel je nog maar een paar Dingen hebt gedaan (weblogs, sociale netwerken, RSS, Twitter en Yammer) heb je misschien al een aardig beeld van waar het bij web 2.0 of het sociale web over gaat. En dat je de impact ervaart van al deze ontwikkelingen op hoe mensen en organisaties met elkaar communiceren. Maar ook hoe we de informatie die op ons afkomt, beter kunnen filteren.
We hebben het later bij Ding #17 nog over Politie 2.0, maar het is interessant om nu al te horen hoe je zelf aankijkt tegen de ontwikkelingen die we tot nu toe hebben bekeken in relatie tot je werk. Daarnaast is het een interessante vraag hoe je met deze ontwikkelingen kunt inspelen op het terugdringen van criminaliteit; kun je criminelen stoppen/verstoren door middel van web 2.0-toepassingen? Deze vraag zal bij Ding #17 nogmaals gesteld worden omdat je beeld van web 2.0 dan completer is.
Hoe en waar zou je een weblog kunnen inzetten? Intern en extern?
Gaan sociale netwerken ons helpen in het werk?
Wat zou je allemaal met RSS kunnen doen om je werk te helpen?
Wat denk je van Twitter-activiteiten door de politie? Vind je Yammer nuttig?
Of zie je van deze toepassingen helemaal niet het nut voor de politie? Vind je het alleen voor privé-doeleinden van belang?
Wat merk je, nu je de eerste dingen hebt leren kennen, in de wereld om je heen? Hoor je die termen nu meer? Kijk je met een andere blik rond op het web?
Nu je een account hebt bij Netvibes (of bij GoogleReader, Bloglines, Yahoo! of misschien heb je zelf nóg een ander leesprogramma ontdekt) en daar een aantal RSS-feeds aan hebt toegevoegd, ga je nu leren hoe je er nóg meer kunt vinden en hoe het je kan helpen aan ‘realtime intelligence’. Er zijn verschillende manieren om aan nieuwe RSS-feeds te komen.
Als je op een website bent aangekomen, staat er ergens in het menu een RSS-symbool. Het kan allerlei hoedanigheden aannemen en soms zie je zelfs alleen maar een tekstuele link. Naarmate je meer feeds hebt toegevoegd, weet je waar je op moet letten om de RSS-feed te vinden.
Een blogroll kun je zien als een lijst van favorieten van een weblogger, meestal in een zijmenu geplaatst. Veel bloggers linken op deze manier naar elkaar om zelf meer bezoek naar het weblog te trekken. Kijk maar eens in de zijbalk van deze Groningse rechtbankverslaggever en je hebt snel een startcollectie.
Het zal je opvallen dat vrijwel alle weblogs voorzien zijn van RSS. Het is ook dankzij de weblogs dat RSS bekend is geraakt. Verder zal je merken dat tegenwoordig elke nieuwssite RSS bevat (vaak nog op onderwerp; sport, binnenland, buitenland, financieel …). En ook de politie kan haar voordeel doen met RSS. Als RSS-lezer vind ik het prettig als ik door de politie op de hoogte word gesteld wanneer er iets in mijn buurt is gebeurd of als de politie goede preventietips heeft. RSS is dus niet alleen handig voor de ontvanger, ook de verzender heeft er een publicatiekanaal bij om die ontvanger te bereiken. En RSS-feeds kunnen ook weer naar allerlei andere kanalen worden doorgesluisd, zoals sociale netwerken (Hyves, Twitter, Facebook). Politie Utrecht zet bijvoorbeeld het nieuwsbericht van de dag en opsporingsberichten automatisch door naar het Twitter-kanaal.
Realtime intelligence
Wil je een attendering krijgen wanneer er iets over je korps wordt geschreven? Of wanneer iemand het over je heeft? Maak dan een zogenaamde “egofeed”. Doe eerst een zoekactie bij Google Blogsearch en abonneer je op de RSS feed! Op Lifehacker.com verscheen een uitvoerige handleiding voor het opzetten van een egofeed. Verder kun je met Google Alerts zowel via RSS-feeds als ook via mailattenderingen de laatste Google-zoekresultaten binnenkrijgen op specifieke zoektermen.
Voor een rechercheur kan net weer andere informatie van belang zijn. Zo kun je bijvoorbeeld alle informatie die rondom je verdachte op internet verschijnt interessant vinden. Of wil je tijdens een GBO in de gaten houden wat er in bekende kringen gezegd wordt. Ook hier kun je bijv. Alerts voor instellen. Realtime intelligence is een feit!
Ontdekoefeningen
Experimenteer met enkele van de hierboven genoemde zoektools die je helpen om nieuwe RSS-feeds te vinden op bijvoorbeeld het gebied van nieuws of misdaad. Een ander onderwerp is natuurlijk ook goed.
Abonneer je op een aantal van die nieuwe RSS-feeds en schep orde in je Netvibes-pagina door het toevoegen van nieuw Tabs.
Bekijk hoe de bovengenoemde Google Alerts jou als rechercheur kunnen helpen in je werk.
Schrijf op je cursusweblog over je ervaringen. Wat van al het bovenstaande kun je in je werk gebruiken? Heb je nog andere dingen ontdekt, andere zoekmiddelen?
Laatste reacties